Transporteenhedenregister

Het transporteenhedenregister beschrijft de transportcapaciteit van energienetten op drie samenhangende abstractieniveaus: netelementen, routedelen en transporteenheden. Deze niveaus maken expliciet op welk schaalniveau we redeneren over capaciteit in het net, en maken keuzes over netcongestie, wachtrijen en netuitbreidingen reproduceerbaar en uitlegbaar.


Decennialang functioneerden onze energienetten met een schijnbare overvloed. De transportcapaciteit van het net was daardoor vooral een impliciete, interne aangelegenheid. Met de opkomst van netcongestie wordt het noodzakelijk om deze capaciteit expliciet en eenduidig te maken richting de maatschappij.

Experts weten al hoe ze het net moeten interpreteren: zij groeperen netelementen en beoordelen afhankelijkheden op basis van ervaring. Dit model legt die denkwijze vast. Door netelementen, routedelen en transporteenheden strikt te scheiden, wordt expliciet gemaakt wanneer we delen van het net als één beschouwen en wanneer niet.

Zo ontstaat een reproduceerbare vertaling van complexe netstructuren naar beschikbare ruimte voor de maatschappij. De transporteenheid vormt daarbij de gemeenschappelijke basis voor onder andere capaciteitsknelpunten, netuitbreidingen, congestiegebieden, wachtrijen en flexbehoeften.


Om de status van het energienet eenduidig te communiceren, onderscheiden we de volgende transportcapaciteiten:

  • aanwezig: wat het net aankan
  • benodigd: nodig voor lopende transportovereenkomsten
  • gevraagd: nodig voor ingediende aanvragen
  • regelbaar: flexibele capaciteit om de pieken te scheren

De optelsom:

  • beschikbaar = aanwezig - benodigd
  • benodigd + gevraagd > aanwezig = capaciteitsknelpunt
  • benodigd + gevraagd > aanwezig + regelbaar = congestiegebied

Entiteiten

  1. Capaciteitsdeling
  2. Capaciteitsruimte
  3. Geleidend netelement
  4. Gelijktijdigheidsbeperking
  5. Knooppunt
  6. Routedeel
  7. Transporteenheid

Diagram


Capaciteitsdeling

relatie tussen routedelen waarbij hun transportcapaciteit bij gelijktijdig transport wordt begrensd door gedeelde netelementen


Overeenkomstig bovenliggend: transportcapaciteit
Tijdlijnen: geldigheid

Eigenschappen

Eigenschap Omschrijving
noodcapaciteit
Reëel getal (MVA) [1]
transportcapaciteit in alternatieve bedieningssituaties
normale capaciteit
Reëel getal (MVA) [1]
transportcapaciteit in de standaardbedieningssituatie

Relaties

Capaciteitsdeling is … Omschrijving
🔑 tussen Routedeel [* → 1..*]  

Capaciteitsruimte

afgebakende context waarbinnen vraag en aanbod van transportcapaciteit op één of meerdere transporteenheden samenkomen


Overeenkomstig bovenliggend: netfunctie
Een capaciteitsruimte kan betrekking hebben op meerdere transporteenheden wanneer zij netelementen delen, zoals bij een driewegstransformator. Een gezamenlijke capaciteitsruimte kan echter ook ontstaan in een netstructuur met zowel seriële als parallelle routedelen, waarvoor als geheel redundantie-eisen gelden.
In complexe netstructuren (met een combinatie van serieel, parallel en redundant) kunnen meerdere mogelijke constructen worden geïdentificeerd als transporteenheid. De vuistregel is dat een construct als capaciteitsruimte wordt gemodelleerd in plaats van als transporteenheid wanneer het geen aanvullende transportcapaciteit toevoegt op enig knooppunt, maar uitsluitend de gezamenlijke benutting van bestaande transporteenheden begrenst.
Een transporteenheid is het niveau waarop netbeheerders de transportcapaciteiten bepalen (aanwezig, benodigd, beschikbaar), capaciteitsknelpunten signaleren, congestiegebieden afroepen en wachtrijen beheren.
Tijdlijnen: geldigheid

Eigenschappen

Eigenschap Omschrijving
aanwezige transportcapaciteit
Reëel getal (MW) [1]
Exact overeenkomstig: aanwezige transportcapaciteit
benodigde transportcapaciteit
Reëel getal (MW) [0..1]
Exact overeenkomstig: benodigde transportcapaciteit
De bendodigde transportcapaciteit is de capaciteit die nodig is om transportovereenkomsten uit te voeren, inclusief alternatieve transportrechten. Congestiebeheersdiensten, zoals capaciteitssturing, verlagen de benodigde transportcapaciteit niet, maar dragen bij aan de regelbare transportcapaciteit.
beschikbare transportcapaciteit
Reëel getal (MW) [0..1]
deel van de aanwezige transportcapaciteit dat niet wordt ingezet om aan de benodigde transportcapaciteit te voldoen (zie bce:g=2026-04-25)
Validatieregel: gelijk aan het verschil tussen de aanwezige transportcapaciteit en de som van de benodigde transportcapaciteiten van de betrokken transporteenheden.
gevraagde transportcapaciteit
Reëel getal (MW) [0..1]
Exact overeenkomstig: gevraagde transportcapaciteit
redundantieniveau
Geheel getal [1]
aantal routedelen dat onbeschikbaar moet kunnen zijn zonder (lange) onderbreking van het energietransport
regelbare transportcapaciteit
Reëel getal (MW) [1]
transportcapaciteit die door toepassing van regelmiddelen kan worden benut om overschrijding van de aanwezige transportcapaciteit te voorkomen (zie bce:g=2026-04-25)
Regelmiddelen zijn onder andere het gecontroleerd afschakelen van zuivere invoeding, capaciteitssturing (inclusief statische capaciteitsbeperking) en redispatchbiedingen. Alternatieve transportrechten gelden niet als regelmiddel maar dragen bij aan de benodigde transportcapaciteit.

Relaties

Capaciteitsruimte is … Omschrijving
🔑 op Transporteenheid [1..* → 1..*]  

Geleidend netelement

elementaire functionaliteit op een bepaalde plek in het energienet dat tenminste de (potentiële) geleiding van een energiedrager omvat


Overeenkomstig bovenliggend: netfunctie
Tijdlijnen: geldigheid

Eigenschappen

Eigenschap Omschrijving
identificatie
🔑 Code [1]
unieke aanduiding waarmee iets binnen een gegeven context ondubbelzinnig herkenbaar is
noodcapaciteit
Reëel getal (MVA) [1]
transportcapaciteit in alternatieve bedieningssituaties
De noodcapaciteit is doorgaans hoger dan de normale capaciteit omdat aangenomen wordt dat alternatieve bedieningssituaties kort duren.
Afleidingsregel: gelijk aan de kleinste noodcapaciteit van de geleidende netelementen waaruit het routedeel bestaat.
normale capaciteit
Reëel getal (MVA) [1]
transportcapaciteit in de standaardbedieningssituatie
Afleidingsregel: gelijk aan de kleinste normale capaciteit van de geleidende netelementen waaruit het routedeel bestaat.

Relaties

Geleidend netelement is … Omschrijving
verbonden met Geleidend netelement [* → *]  

Gelijktijdigheidsbeperking

beperking op het gelijktijdig actief zijn van routedelen


Overeenkomstig bovenliggend: netfunctie
Tijdlijnen: geldigheid

Relaties

Gelijktijdigheidsbeperking is … Omschrijving
🔑 op Routedeel [* → 1..*]  

Knooppunt

begin- of eindpunt van één of meer routedelen


Overeenkomstig bovenliggend: netfunctie
Tijdlijnen: geldigheid

Eigenschappen

Eigenschap Omschrijving
identificatie
🔑 Code [1]
unieke aanduiding waarmee iets binnen een gegeven context ondubbelzinnig herkenbaar is

Relaties

Knooppunt is … Omschrijving
koppelbaar met Knooppunt [* → *] geeft aan dat de knooppunten via vooraf bepaalde bedieningshandelingen direct gekoppeld kunnen worden, waarbij die koppeling in standaardbediening niet actief is
op Geleidend netelement [0..1 → 1..*] wijst netelementen aan waarvoor geldt dat elk routedeel dat een van deze netelementen omvat, dit knooppunt als begin- of eindpunt heeft

Routedeel

afzonderlijk relevante transportroute voor capaciteits- en faalscenario-analyse


Overeenkomstig bovenliggend: netfunctie
Een routedeel is een afgebakende mogelijkheid voor het verplaatsen van energie. Deze afbakening is zodanig dat zij alle relevante capaciteits- en faalscenario’s eenduidig representeert. Bij elektriciteit vormen de railsystemen typisch deze afbakening. Het railsysteem wordt functioneel toegerekend aan alle inkomende en uitgaande routedelen die er gebruik van maken, omdat dit voor capaciteitsdeling relevant is. Railkoppelingen hoeven niet als routedelen te worden gezien, tenzij zij, in uitzonderlijke gevallen, afzonderlijk relevante faalscenario’s of capaciteitsbeperkingen introduceren.
Een routedeel heeft een ontwerprichting. Daarmee representeert het de transportstructuur zoals die is ontworpen, niet zoals zij incidenteel wordt gebruikt.
In vermaasde netten zonder redundantie (zoals in sommige laagspanningsnetten) wijzen routedelen richting het balanspunt (het punt waar de stroomsterkte in de standaardbedieningssituatie in theorie nul is). Als een balanspunt zich in een verdeelkast bevindt, eindigen de betreffende routedelen bij die kast. Als een routedeel tussen twee kasten het balanspunt vormt, dan ontspringt vanuit elk van deze kasten een routedeel, dat het andere routedeel halverwege ontmoet.
Een transportroute waarin netelementen parallel staan opgesteld maar niet onafhankelijk kunnen falen, wordt als één routedeel beschouwd. Dit geldt onder andere voor parallelle kabels tussen stations zonder schakelmogelijkheid en routedelen tussen railsystemen met parallelle transformateren die bij falen niet kunnen worden geïsoleerd.
Stationsautomatisering kan ertoe leiden dat meerdere railsystemen functioneel als één geheel opereren. Indien deze automatisering maakt dat bepaalde routes geen afzonderlijk relevante faalscenario’s vormen, dan worden zij samen als één routedeel beschouwd.
Een netelement kan gelijktijdig deel uitmaken van meer dan één routedeel. Dit komt standaard voor bij railsystemen. Een meer complex voorbeeld is een opstelling met een driewegstransformator. Daarbij maakt de wikkeling aan de primaire zijde deel uit van twee routedelen.
Tijdlijnen: geldigheid

Eigenschappen

Eigenschap Omschrijving
identificatie
🔑 Code [1]
unieke aanduiding waarmee iets binnen een gegeven context ondubbelzinnig herkenbaar is
noodcapaciteit
Reëel getal (MVA) [1]
transportcapaciteit in alternatieve bedieningssituaties
normale capaciteit
Reëel getal (MVA) [1]
transportcapaciteit in de standaardbedieningssituatie

Relaties

Routedeel is … Omschrijving
naar Knooppunt [* → 1]  
samengesteld uit Geleidend netelement [* → 1..*]  
van Knooppunt [* → 1]  

Transporteenheid

samenhangende transportmogelijkheid op een verzameling knooppunten, waarvan de benutting niet onafhankelijk kan worden opgesplitst


Overeenkomstig bovenliggend: netfunctie
Een transporteenheid wordt ontworpen met een normatieve ontwerprichtting. Dat is de richting waarin het energienet is ontworpen om energie betrouwbaar te leveren. Deze richting wordt soms aangeduid als ‘afname’, maar die term werkt verwarrend omdat er bijvoorbeeld aansluitingen bestaan die zijn ontworpen om in te voeden, zoals bij energieproducenten.
Een transporteenheid kan één routedeel bevatten (radiaal) of meerdere (standby, gesectioneerd, parallel).
Tijdlijnen: geldigheid

Eigenschappen

Eigenschap Omschrijving
identificatie
🔑 Code [1]
unieke aanduiding waarmee iets binnen een gegeven context ondubbelzinnig herkenbaar is
netvlak
Netvlak [1]
netvlak waarvoor deze transporteenheid de transportfunctie vervult
richting
Richting [1]
geeft aan of de transporteenheid wordt beschouwd in de normatieve ontwerprichting dan wel in de tegengestelde richting daarvan
voedingsgebied
Multivlak [0..1]
deel van het aardoppervlak waarop de aan deze transporteenheid direct gekoppelde aansluitingen zich bevinden of zijn beoogd te worden gerealiseerd
Aansluitgebieden met veschillende netvlakken kunnen overlappen.

Relaties

Transporteenheid is … Omschrijving
afhankelijk van Transporteenheid [* → *] B is afhankelijk van A als energietransport richting B verloopt via A.
beheerd door Marktpartij (Marktpartijenregister) [* → 1]  
beschikbaar door Overdrachtspunt (Aansluitingenregister) [* → 0..1] overdrachtspunt via welke de transportcapaciteit wordt ontsloten (herkomst)
Bijvoorbeeld het overdrachtspunt van een energieproducent of bovenliggende netkoppeling.
Deze relatie is verplicht als de transporteenheid niet uit routedelen bestaat, anders verboden.
beschikbaar op Knooppunt [* → 1..*] knooppunt waarop de transportcapaciteit beschikbaar is onder het geldende redundantieniveau
beschikbaar voor Overdrachtspunt (Aansluitingenregister) [0..1 → 0..1] overdrachtspunt waaraan de transportcapaciteit wordt geleverd (bestemming)
Bijvoorbeeld het overdrachtspunt van een huisaansluiting.
Een transporteenheid met deze relatie bestaat uit de netelementen die de aansluitverbinding realiseren.
samengesteld uit Routedeel [* → *]  

Waardelijsten

Netvlak

deel van het energienet waarvoor geldt dat de verbruikers aangesloten op dit deel van het net eenzelfde tarief in rekening krijgen (zie bce:g=2026-04-25)


Netvlakken hoeven niet altijd overeen te komen met een fysisch spanningsniveau.

Waarde Omschrijving
EHS extra hoogspanning
HS hoogspanning
LS laagspanning
MS middenspanning
Trafo HS+TS / MS  
Trafo MS/LS  
TS tussenspanning

Richting

Waarde Omschrijving
normatief richting van energietransport die leidend is voor het ontwerp en de beoordeling van transportzekerheid
tegengesteld richting van energietransport tegengesteld aan de normatieve ontwerprichting

Waardesoorten

Waardesoort Omschrijving Gebaseerd op Patroon
Code symbolische aanduiding met een vastgelegde betekenis    
Datum kalenderdatum zonder tijdsaanduiding    
Decimaal getal exact afgesproken numerieke waarde    
Geheel getal telbare hoeveelheid zonder decimalen    
Multivlak ruimtelijke aanduiding van een samenstel van delen van het aardoppervlak
Equivalent aan GM_MultiSurface in ISO 19107.
   
Reëel getal continue, fysiek meetbare hoeveelheid    
Tekst aanduiding bedoeld voor mensen, zonder vaste structuur of betekenis    
Tijdsduur lengte van een tijdsinterval    
Tijdstip exacte aanduiding van datum en tijd    
Waarheidswaarde aanduiding die één van twee elkaar uitsluitende waarden kan aannemen